Lang hield ik werk en privé netjes gescheiden. Ik vond dat het zo hoorde. Professioneel blijven, niet teveel van mezelf laten zien, vooral niet te persoonlijk worden. Mijn rol was helder: het ging om de ander. Mijn eigen verhalen hield ik erbuiten. Achteraf gezien was dat geen gezonde grens, maar een slimme overlevingsstrategie. Een manier om controle te houden. Om kwetsbaarheid te vermijden.
Want zolang ik als professional op de voorgrond bleef, hoefde ik mezelf niet helemaal te laten zien. En dus bleef iets waardevols van mij, mijn menselijkheid, onzichtbaar.
Wat ik toen nog niet wist
Door mijn persoonlijke ervaringen buiten te houden, hield ik ook iets binnen: mijn echtheid. Mijn intuïtie. Mijn vermogen om op een dieper niveau te verbinden. En precies dat blijkt in mijn werk van grote waarde te zijn. Sinds ik mezelf toesta om als mens aanwezig te zijn in mijn werk, is er iets veranderd. Niet omdat ik ineens mijn hele privéleven op tafel leg, maar omdat ik niets meer hoef buiten te sluiten om professioneel te kunnen zijn.
Ik ben geen andere professional geworden maar wel een completere. Eén die werkt vanuit hoofd & hart. Vanuit ervaring & gevoel.
Meer verbinding, minder ruis
Wat ik merk? Als ik mezelf meebreng, ontstaat er meer ruimte. Voor echtheid, voor verbinding, voor vertrouwen. Gesprekken worden opener. Er ontstaat beweging, zonder dat ik hoef te duwen. Mensen voelen het als je iets achterhoudt. Net zo goed als ze voelen wanneer je echt aanwezig bent. Niet perfect, niet altijd met alle antwoorden maar wel oprecht.
Menselijkheid als kracht
We leven in een tijd waarin we steeds meer van mensen vragen – op het werk, in leiderschap, in samenwerking. Juist dan is het waardevol als er ruimte is om ook als mens aanwezig te mogen zijn. Want professioneel zijn betekent niet dat je alles moet afvlakken. Het betekent dat je weet wat je brengt, en durft te laten zien wie dat brengt.
Wat blijkt? Een beetje menselijkheid past ook prima.